Procesrecht  

IEF 23268

Kort geding over octrooibeslag en wapperverbod

Rechtbank Den Haag 29 jan 2026, IEF 23268; ECLI:NL:RBDHA:2026:1562 ([eiseressen] tegen Millboard), https://delex.minab.nl/artikelen/kort-geding-over-octrooibeslag-en-wapperverbod

Rb. Den Haag 29 januari 2026, IEF 23268; ECLI:NL:RBDHA:2026:1562 ([eiseressen] tegen Millboard). In dit kort geding vorderen de distributeurs van de TimberTouch-vlonderplanken opheffing van een door Millboard gelegd conservatoir beslag, alsmede een verbod voor Millboard om derden aan te schrijven over vermeende octrooi-inbreuk (wapperverbod), een bevel tot opgave van aangeschreven afnemers en rectificatie. Millboard is exclusief licentienemer van Europees octrooi EP 1 951 971 B1 voor een specifieke opbouw van een vlonderplank en stelt dat de TimberTouch-planken inbreuk maken op conclusie 1 van dat octrooi. De eiseressen voeren aan dat het octrooi nietig is wegens toegevoegde materie en gebrek aan nieuwheid en inventiviteit, en dat hun product bovendien buiten de beschermingsomvang valt. Volgens hen is het beslag daarom ondeugdelijk en heeft Millboard onrechtmatig gehandeld door retailers te sommeren.

IEF 23267

WAMCA-zaak React tegen Sara Mart: procedurele kaders en kennisgeving definitief vastgesteld

Rechtbank Den Haag 28 jan 2026, IEF 23267; ECLI:NL:RBDHA:2026:1523 (Stichting React tegen Sara Mart c.s.), https://delex.minab.nl/artikelen/wamca-zaak-react-tegen-sara-mart-procedurele-kaders-en-kennisgeving-definitief-vastgesteld

Rb. Den Haag 28 januari 2026, IEF23267; ECLI:NL:RBDHA:2026:1523 (Stichting React tegen Sara Mart c.s.). In dit tweede procedurele tussenvonnis in een WAMCA-procedure stelt de rechtbank Den Haag de nadere voorschriften vast voor de collectieve actie van Stichting Namaakbestrijding React tegen Sara Mart c.s. De rechtbank bouwt voort op het eerdere tussenvonnis, waarin React ontvankelijk werd verklaard en als exclusieve belangenbehartiger is aangewezen. In dit vonnis wordt de nauw omschreven groep definitief afgebakend: alle rechthebbenden op intellectuele eigendomsrechten – in het bijzonder leden van Coöperatie SNB-REACT U.A. – op wier rechten volgens React inbreuk is gemaakt door Sara Mart c.s. via de websites saramart.eu, saramart.pl/nl-NL/ en hacoo.pl/nl-NL/ en via de mobiele applicaties SARAMART en Hacoo – sara lower price mart, met name door de verkoop van namaakproducten. Voor rechthebbenden die geen woonplaats of verblijf in Nederland hebben, verklaart de rechtbank het opt-outregime van artikel 1018f lid 1 Rv van toepassing.

IEF 23264

Geen staatsaansprakelijkheid voor art. 81 RO-afdoening in thuiskopiegeschil

Hof Den Haag 20 jan 2026, IEF 23264; ECLI:NL:GHDHA:2026:29 (HP c.s. tegen de Staat), https://delex.minab.nl/artikelen/geen-staatsaansprakelijkheid-voor-art-81-ro-afdoening-in-thuiskopiegeschil

Hof Den Haag 20 januari 2026, IEF 23264; ECLI:NL:GHDHA:2026:29 (HP c.s. tegen de Staat). Het gerechtshof Den Haag verwerpt het hoger beroep van HP Nederland, Dell en branchevereniging FIAR tegen de Staat, waarmee het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd. De zaak draait om een vordering tot schadevergoeding wegens gestelde onrechtmatige rechtspraak: volgens HP c.s. heeft de Hoge Raad het Unierecht geschonden door hun cassatieberoep over het Nederlandse thuiskopiestelsel af te doen met een verkorte motivering op grond van artikel 81 Wet RO, zonder prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de EU. HP c.s. betoogden dat dit in strijd was met artikel 267, derde alinea, VWEU, artikel 6 EVRM en diverse normen van Unierecht, onder meer omdat het Nederlandse stelsel zou berusten op het onjuiste licentiemodel (in plaats van het substitutiemodel), onvoldoende rekening zou houden met zakelijk gebruik en zou kunnen leiden tot overcompensatie. Het hof stelt voorop dat voor aansprakelijkheid van de Staat wegens rechterlijk handelen de zeer strenge Köbler-maatstaf geldt: alleen bij een kennelijk voldoende gekwalificeerde schending van het Unierecht kan staatsaansprakelijkheid ontstaan.

IEF 23263

ANP niet-ontvankelijk wegens gebrekkige dagvaarding bij gestelde auteursrechtinbreuk

Rechtbank Oost-Brabant 27 nov 2025, IEF 23263; ECLI:NL:RBOBR:2025:8151 (ANP tegen [gedaagde]), https://delex.minab.nl/artikelen/anp-niet-ontvankelijk-wegens-gebrekkige-dagvaarding-bij-gestelde-auteursrechtinbreuk

Rb. Oost-Brabant 27 november 2025, IEF 23263; ECLI:NL:RBOBR:2025:8151 (ANP tegen [gedaagde]). De kantonrechter verklaart het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) niet-ontvankelijk in zijn vordering tot betaling van € 500 wegens vermeende auteursrechtinbreuk. ANP stelde dat een door een aan haar gelicentieerde fotograaf gemaakte nieuwsfoto zonder toestemming was overgenomen op een niet-commerciële website die door een collectief van vrijwilligers werd bijgehouden, waaronder gedaagde. De kantonrechter oordeelt dat ANP op grond van de licentieovereenkomst met de fotograaf in beginsel bevoegd is om zelfstandig op te treden en dat gedaagde als aangesproken partij kan gelden, mede omdat hij één van de vrijwilligers was en geen duidelijkheid gaf over een andere verantwoordelijke beheerder. Daarmee komt de rechter toe aan de inhoudelijke beoordeling van de processtukken.

IEF 23262

Ongeoorloofd gebruik van reclamefoto’s: contractuele beperkingen beslissend voor schadebegroting

Rechtbank Amsterdam 2 jan 2026, IEF 23262; ECLI:NL:RBAMS:2026:6 ([eiser] tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 2]), https://delex.minab.nl/artikelen/ongeoorloofd-gebruik-van-reclamefoto-s-contractuele-beperkingen-beslissend-voor-schadebegroting

Rb. Amsterdam 2 januari 2026, IEF 23262; RB 3966; ECLI:NL:RBAMS:2026:6 ([eiser] tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 2]). De kantonrechter oordeelt in deze zaak over het gebruik van door een fotograaf gemaakte reclamefoto’s door de exploitanten van een sportschool. Partijen waren overeengekomen dat de foto’s uitsluitend mochten worden gebruikt op de eigen website en sociale media van de sportschool en pas nadat de factuur was voldaan. In de toepasselijke algemene voorwaarden was bovendien bepaald dat elk ander gebruik als een auteursrechtinbreuk geldt, dat bij dergelijk niet-toegestaan gebruik een vergoeding van ten minste driemaal de gebruikelijke licentievergoeding verschuldigd is en dat bij het ontbreken van naamsvermelding een aanvullende vergoeding moet worden betaald. Vast kwam te staan dat de factuur niet tijdig was betaald en dat de sportschool de foto’s niet alleen op Instagram en Google had geplaatst, maar ook, zonder enige toestemming, op externe sportplatforms (Classpass en Eversports), telkens zonder vermelding van de naam van de fotograaf. De kantonrechter acht beide gedaagden hoofdelijk aansprakelijk, nu zij gezamenlijk onder dezelfde handelsnaam naar buiten traden en samen de overeenkomst met de fotograaf hadden gesloten. De zaak is, ondanks de omvang van de vorderingen, met instemming van partijen op grond van artikel 96 Rv door de kantonrechter behandeld.

IEF 23197

Schending uitlatingenverbod in procedures: dwangsommen terecht verbeurd

Rechtbank Noord-Holland 3 dec 2025, IEF 23197; ECLI:NL:RBNHO:2025:14061 (de gemeente tegen [gedaagde]), https://delex.minab.nl/artikelen/schending-uitlatingenverbod-in-procedures-dwangsommen-terecht-verbeurd

Rb. Noord-Holland 3 december 2025, IEF 23197; ECLI:NL:RBNHO:2025:14061 (de gemeente tegen [gedaagde]). De rechtbank oordeelt dat een voormalig werknemer het in een eerder kortgedingvonnis opgelegde uitlatingenverbod heeft overtreden. Dat verbod hield in dat hij zich in procedures diende te onthouden van bedreigende en beledigende uitlatingen over (voormalige) medewerkers van de gemeente Haarlem, terwijl hij zijn juridische standpunten inhoudelijk wel mocht blijven toelichten. De gemeente stelt dat de betrokkene dit verbod tweemaal heeft geschonden door in afzonderlijke Woo-beroepsprocedures opnieuw grievende en beschuldigende passages over betrokken ambtenaren op te nemen, en vordert daarom vaststelling van de overtredingen en betaling van verbeurde dwangsommen.

IEF 23196

Kort geding over gebrekkige website: toegang, schadevoorschot en beheer toegewezen

Rechtbank Midden-Nederland 3 dec 2025, IEF 23196; ECLI:NL:RBMNE:2025:6664 ([eiseres sub 1] c.s. tegen [gedaagde]), https://delex.minab.nl/artikelen/kort-geding-over-gebrekkige-website-toegang-schadevoorschot-en-beheer-toegewezen

Rb. Midden-Nederland 3 december 2025, IEF 23196; IT 5058; ECLI:NL:RBMNE:2025:6664 ([eiseres sub 1] c.s. tegen [gedaagde]). De voorzieningenrechter oordeelt dat [gedaagde] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst tot het bouwen van een webshop voor [eiseres sub 1] c.s. De website is ondanks herhaalde toezeggingen niet deugdelijk opgeleverd en vertoont structurele gebreken. Na een ingebrekestelling en een daaropvolgende omzettingsverklaring vordert [eiseres sub 1] c.s. in kort geding onder meer medewerking aan herstel door een derde, een voorschot op vervangende schadevergoeding en overdracht van het beheer van hosting en domeinnamen. De voorzieningenrechter acht het spoedeisend belang gegeven, mede omdat de webshop in een omzetkritieke periode slecht functioneert, en acht het aannemelijk dat de bodemrechter zal oordelen dat sprake is van een tekortkoming die omzetting naar vervangende schadevergoeding rechtvaardigt.

IEF 23189

Geen voorlopig getuigenverhoor meer na inschrijving bodemprocedure (art. 196 lid 1 Rv)

Hof Den Haag 12 dec 2025, IEF 23189; ECLI:NL:GHDHA:2025:2741 ([verzoekster] tegen Napiferyn), https://delex.minab.nl/artikelen/geen-voorlopig-getuigenverhoor-meer-na-inschrijving-bodemprocedure-art-196-lid-1-rv

Hof Den Haag 12 december 2025, IEF 23189; ECLI:NL:GHDHA:2025:2741([verzoekster] tegen Napiferyn). In deze zaak bij het Gerechtshof Den Haag verzocht [verzoekster] om een voorlopig getuigenverhoor in een octrooirechtelijk geschil met Napiferyn. Tussen partijen liep al een bodemprocedure in hoger beroep (de zogenoemde opeisingsprocedure), waarin [verzoekster] mede-eigendom van octrooien en octrooiaanvragen claimt. Een belangrijk geschilpunt daarin is de uitleg van een investeringsovereenkomst. [verzoekster] wilde via een afzonderlijke verzoekschriftprocedure twee getuigen horen om bewijs te verzamelen voor haar standpunten in die reeds lopende procedure. Het verzoek werd ingediend op 7 januari 2025, terwijl de bodemzaak al sinds 20 augustus 2024 op de rol van het hof stond.

IEF 23187

Art. 1019i Rv: verval voorlopige voorzieningen tast proceskostenveroordeling niet aan

Rechtbank Den Haag 11 dec 2025, IEF 23187; ECLI:NL:RBDHA:2025:23583 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://delex.minab.nl/artikelen/art-1019i-rv-verval-voorlopige-voorzieningen-tast-proceskostenveroordeling-niet-aan

Rb. Den Haag 11 december 2025, IEF 23187; ECLI:NL:RBDHA:2025:23583 ([eiser] tegen [gedaagde]). In dit kort geding stond een executiegeschil centraal naar aanleiding van een IE-kortgedingvonnis uit 2017. In dat eerdere vonnis waren voorlopige voorzieningen (verboden wegens auteurs- en handelsnaaminbreuk) opgelegd én was [eiser] veroordeeld tot betaling van proceskosten. Vast stond dat [eiser] geen bodemprocedure had gestart binnen de door de voorzieningenrechter gestelde termijn en dat vervolgens een verklaring ex art. 1019i Rv bij de griffie was ingediend. [eiser] stelde dat hierdoor niet alleen de voorlopige voorzieningen, maar ook de proceskostenveroordeling hun kracht hadden verloren, zodat de latere executie (inclusief beslag op zijn woning) onrechtmatig was. Daarnaast voerde hij aan dat sprake was van misbruik van bevoegdheid en subsidiair van (gedeeltelijke) verjaring van wettelijke rente.

IEF 23160

Uitspraak ingezonden door Sabin Tigu en Evianne Roos, Ploum

SWITCH-merk geldig; merkinbreuk door gebruik ‘SwitchMe’ voor programma en supplementen, niet als handelsnaam

Rechtbank Den Haag 3 dec 2025, IEF 23160; ECLI:NL:RBDHA:2025:23115 (EHF tegen [partij B]), https://delex.minab.nl/artikelen/switch-merk-geldig-merkinbreuk-door-gebruik-switchme-voor-programma-en-supplementen-niet-als-handelsnaam

Rb. Den Haag 3 december 2025, IEF 23160; ECLI:NL:RBDHA:2025:23115EHF (EHF tegen [partij B]). Nutrition B.V. en EHF Group B.V. bieden gezondheidsproducten en lifestyleprogramma’s aan rond het idee van de “metabolic switch” (overgang van suiker- naar vetverbranding). Voor dit concept is het Benelux-woordmerk SWITCH geregistreerd. De eerste registratie in 2024 stond op naam van een niet-bestaande vennootschap; in 2025 is het merk opnieuw ingeschreven op naam van EHF Group B.V. [partij B] exploiteert sportscholen en biedt een tiendaags trainings- en voedingsprogramma én voedingssupplementen aan onder de naam “SwitchMe”, met bijbehorende website en domeinnaam. EHF vordert een verbod op het gebruik van “SwitchMe” en diverse nevenvorderingen (opgave van afnemers en winst, recall, vernietiging, rectificatie en dwangsommen). [partij B] verweert zich onder meer met het argument dat de merkregistraties ongeldig zijn, dat EHF te kwader trouw heeft gehandeld, dat SWITCH beschrijvend en niet onderscheidend is, en dat EHF haar rechten heeft verwerkt.