Merkenrecht  

IEF 2107

Niet per 1 augustus

Zoals inmiddels bekend zal als gevolg van het nieuwe BVIE het BMB en het BBTM opgaan in het nieuwe Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE). Echter in tegenstelling tot eerdere berichten (hier en hier) zal het nieuwe Benelux Verdrag en daarmee ook de nieuwe naam van het BMB niet per 1 augustus (zoals oorspronkelijk vastgesteld), maar per 1 september van kracht worden. Reden (serieus): Beatrix is met vakantie en kan haar handtekening niet zetten. (Met dank aan Annelies Hart, Intermark)

IEF 2105

Nu nog niet

Waarom de BMW niet is opgenomen in de, verder zeer handige, databank wet- en regelgeving van overheid.nl:

"De tekst van de Eenvormige Beneluxwet op de merken vindt u in Tractatenblad 12 van 1993. Overheid.nl biedt alleen digitale Officiële publicaties aan vanaf het jaar 1995. Heeft u oudere nummers nodig van Staatsbladen, Staatscouranten, etc., dan kunt u deze inzien bij de grote bibliotheken. Op termijn zal deze wet te vinden zijn onder het kopje Verdragen in het onderdeel Wet- en regelgeving op Overheid.nl, maar zover is het nu nog niet."

Het BVIE wordt overigens wel opgenomen. Volledige databank hier. BVIE hier.

IEF 2104

Ten aanzien van gadgets

Nieuw op de website van het CGR: Uitspraak inzake klacht reclame-uitingen; in conventie uitingen voor Diovan® en Co-Diovan®; verschillende therapeutische indicaties en doseringen niet duidelijk vermeld; in strijd met Gedragscode; klacht ten aanzien van gadgets ongegrond; claims misleidend en/of onvoldoende onderbouwd; klacht grotendeels gegrond; in reconventie; klacht tegen uitingen voor Cozaar®, Hyzaar® en Fortzaar®; geen spoedeisend belang; klacht doorverwezen naar voltallige Codecommissie.

Lees hier meer.

IEF 2101

Aan de orde

Nog even voor de volledigheid, nu gepubliceerd: Handelingen 2005-2006, nr. 27, Eerste Kamer, dinsdag 9 mei 2006.

“Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van: - het wetsvoorstel Goedkeuring van het op 25 februari 2005 te Den Haag tot stand gekomen Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen), met Protocol (Trb. 2005, 96) (30403). (Zie vergadering van 11 april 2006.)

De voorzitter: De beraadslaging over dit wetsvoorstel is op 11 april jongstleden geschorst in afwachting van een brief van de staatssecretaris van Economische Zaken. Die brief is op 20 april jongstleden ontvangen. Ik stel voor, de behandeling daarmee als afgerond te beschouwen. Daartoe wordt besloten. Het wetsvoorstel wordt zonder stemming aangenomen.”

IEF 2100

Ondertussen in Leuven

Voorzitter van de rechtbank van koophandel te Leuven, 11 mei 2006. BVBA Serverscheck tegen Google Netherlands B.V  (Met dank aan Joris Deene)

Vonnis in de gisteren gemelde zaak over een 'maatschappelijke benaming'. Korte samenvatting uit de Standaard: “Van Laere begon een kortgedingprocedure tegen Google, waarin hij de onmiddellijke stopzetting vroeg van de verwijzingen naar valse websites. Vorige week donderdag verklaarde de Leuvense handelsrechter die eis toelaatbaar, maar ongegrond omdat er geen sprake is van hoogdringendheid. ServersCheck bereidt nu een procedure ten gronde voor. Overigens verwierp de rechter alvast de stelling van Google dat het proces niet voor een Belgische rechtbank moet worden gevoerd. De klacht van ServersCheck is formeel gericht tegen de Nederlandse dochter van Google, die ook verantwoordelijk is voor België.

Vonnis hier. Berichtgeving hier.

IEF 2099

The world and its dog

O.a. The Register bericht dat sinds gisteren "Trademark holders from within the mobile industry have the chance to register their trademarks as .mobi domains. From 12 June to 22 August, all trademark holders will be given the opportunity to get their hands on a .mobi domain before the whole thing is thrown open to the world and its dog on 28 August." Lees hier meer.

IEF 2097

Darmen

De kalender op de Curia-website laat weten dat zowel het Hof van Justitie als het Gerecht van Eerste Aanleg deze week geen zitting hebben.

Pas op woensdag 1 juni a.s. kunnen we weer fraai proza verwachten van het Hof, te weten het arrest in de zaak C-169/05(Uradex). Het Gerecht komt een dag eerder met het arrest in de zaak De Waele tegen OHMI met zaak T-15/05, onder de de welluidende titel 'Forme d'une saucisse' (voor de minder welluidende waren 'darmen voor charcuterie bestemd voor professionele afnemers').

IEF 2091

Lolbroek

'Daar zakt mijn broek van af', vertelt ondernemer Nick Tierie aan de Telegraaf. "Twee keer heb ik Grolsch benaderd met de vraag of ze mijn Nederhose misschien wilden kopen. Ik heb de naam als merk laten registreren (Vodafone overigens ook, maar voor andere waren, red.) en heb het model van de Lederhose laten deponeren. Het idee borrelde ineens in me op: Een oranje Lederhose met een subtiele naam. Dat is toch grappig?" Grolsch had echter geen interesse.

Enige tijd later kwam Tierie een flyer onder ogen: "Ze stuurden een zogenaamd 'leaflet' aan alle verkooppunten in Nederland, waarin de Grolsch Nederhose werd aangeboden. Compleet met bestelnummer en de mededeling dat de broek leverbaar was vanaf week 19.[...] Ze kunnen beter hun reclameslogan vervangen door: Jatmanschap is meesterschap." 

Grolsch reageert: "Het gaat in deze zaak om naamgebruik en modelrecht. De heer Tierie heeft er ons indertijd op attent gemaakt dat wij een leaflet de deur uit hadden gedaan met de naam Nederhose. Dat klopt. Het was een vergissing van ons. Die flyer was inmiddels gedrukt, maar had uiteraard nooit de deur uit mogen gaan. Door een foutje van ons is dat per ongeluk toch gebeurd. Wij hebben uiteindelijk de naam Hollandhose gedeponeerd, en zo heten onze broeken nu. Maar wat betreft dat modelrecht op die broek, hebben wij zo onze twijfels. Hoe kun je nu een model van een Duitse broek die al jarenlang door de bevolking wordt gedragen, voor jezelf claimen? Verder wil ik er niet veel over zeggen, want de zaak is onder de rechter". Dinsdag doet de rechtbank Almelo uitspraak.

IEF 2084

Een Rus in de bibliotheek (6)

Rechtbank Amsterdam, 18 mei 2006, LJN: AX2454. Van Oorschot tegen Company of Books.

Uitspraak van vandaag in het veelbesproken conflict tussen FMG/Kruidvat en Uitgeverij Van Oorschot. Op het belangrijkste punt is de rechter, anders dan gedaagden, van mening dat Van Oorschot beschikt over een geldig merkrecht. Van Oorschot heeft haar merkinschrijving verkregen door het aantonen van inburgering. “Als registratie na toetsing heeft plaatsgevonden, zoals in dit geval, kan daarom in beginsel worden uitgegaan van de geldigheid van het woordmerk”, aldus de rechtbank.

Kruidvat wordt, kort gezegd, veroordeeld tot het staken en gestaakt houden van elke inbreuk op het merk ‘Russische Bibliotheek’. Een voorschot op schadevergoeding, vordering tot winstafdracht en rectificatie worden echter afgewezen.

Lees hier het hele vonnis.

IEF 2082

De Gebruikte Bolletjes

Rechtbank Amsterdam, 17 mei 2006, 326483 / H 05.2886. V.O.F. Taste & Taste Productions  tegen Talpa TV B.V. (Met dank aan Jacqueline Schaap,  Klos Morel Vos & Schaap).

Eindelijk eens een rechterlijk oordeel over het meest besproken logo van Nederland.

Reclamebureau Taste stelt dat Talpa met haar bolletjeslogo inbreuk maakt op het merk- en auteursrechtrecht van Taste. Taste heeft haar logo in maart 2005 gedeponeerd, Talpa in juni. De rechtbank wijst alle vorderingen van Taste af. Geen inbreuk op auteurs- of merkrechten, geen onrechtmatige daad.

Auteursrecht. Talpa heeft in dit verband terecht opgemerkt dat voorzover het de gebruikte bolletjes betreft, er geen sprake is van beschermingswaardige trekken van het Taste-logo. Het gebruik van bolletjes komt, zoals genoegzaam door Talpa is aangetoond, veelvuldig voor, en de groepering daarvan op de wijze zoals dat in het Taste-logo is gedaan, maakt dat gebruik op zichzelf nog niet oorspronkelijk in de door Taste beoogde zin.

Anders ligt dat in zekere zin met de in het Taste-logo voorkomende T, die is ontstaan door oranje inkleuring van in totaal een vijftal bolletjes, namelijk de bovenste drie en de twee middelste onder het woord “taste” (in het logo in onderkast).

Voorzover dit als een karakteristieke trek in de voornoemde zin moet worden gekenschetst, moet echter worden geoordeeld dat dit element niet voorkomt in het Talpa-logo. Dat het altijd de intentie van Talpa zou zijn geweest om een T te visualiseren, zoals Taste c.s. stellen, is door Talpa betwist en kan niet zonder meer onderbouwd worden door te verwijzen naar publicaties die niet van Talpa afkomstig zijn.

Belangrijker dan de intentie van Talpa is echter dat met enige goede wil wellicht wel een gestileerde T kan worden gezien in het Talpa-logo, maar dan op een wijze die totaal verschilt — in hoofdzaak: door niet van kleuren, maar van een extra bolletje in het middenin onderaan gebruik te maken - van de wijze waarop in het Taste-logo een T naar voren komt.

Aldus is de “Talpa-T” geen auteursrechtelijke inbreuk op de “Taste-T”, waarbij wellicht ten overvloede nog kan worden opgemerkt dat het gebruik van een op enigerlei wijze gestileerde T in een logo, op zichzelf nog niet beschermingswaardig is. Dit laatste geldt ook voor het gebruik van de letters “ta” (onderkast) in het woordelement “taste”, zoals dat in het Taste-logo is opgenomen.

Merkenrecht. Van belang is dat het meest kenmerkende en in het oog springende aspect van de beide logo’s, het gebruik van bolletjes in een zekere geordende vorm, naar het oordeel van de rechtbank een zwak onderscheidend vermogen bezit.

Uitgaande van het Taste-logo moet ook nog eens geconstateerd worden dat daarbij gebruik is gemaakt van de meest voor de hand liggende ordening bij het gebruik van negen bolletjes: namelijk in drie rijen van drie. Dergelijk gebruik komt slechts in bijzondere, hier niet gestelde omstandigheden in aanmerking voor de kwalificatie (voldoende) onderscheidend vermogen.

Dat ligt mogelijk enigszins anders met de bij het Taste-logo gebruikte inkleuring van een deel van de bolletjes, die aldus tezamen een “T” vormen, maar die wijze van gebruik is in het Talpa-logo echter niet gehanteerd. Dat geldt evenzeer voor de opname van een woord (taste) direct onder de horizontaal ingekleurde bolletjes in het Taste-logo, dat aldus de horizontale balk van de gevisualiseerde “T” op visueel tamelijk krachtige wijze ondersteund. Een dergelijke functie mist het woord “talpa” in het Talpa-logo ten ene male.

Het woord “talpa” is bovendien op een andere plaats opgenomen in het Talpa-logo dan het woord “taste” in het Taste-logo, waardoor de aandacht zich bij eerstgenoemd logo — mede door de (bij het Taste-logo ontbrekende) extra bol aan de onderkant — vooral richt op de onderkant, terwijl dat bij het Taste-logo eerder richting de bovenkant het geval is.

Nu voorts het gebruik van letters in onderkast alsmede het gebruikte lettertype zo algemeen is dat zonder nadere toelichting enig onderscheidend vermogen daar op zichzelf niet uit kan worden afgeleid, kunnen de hierop gerichte argumenten van Taste c.s. hen evenmin baten.

De conclusie met betrekking tot artikel 13 A lid 1 onder b. BMW moet zijn dat de overeenstemming zich slechts beweegt op het vlak van het  ook nog eens niet geheel identieke (de tiende bol bij het Talpa-logo!) - gebruik van geordende bolletjes, het veruit minst onderscheidende deel in het Taste-logo.

De meer onderscheidend vermogen bezittende elementen in dat logo komen in het Talpa-logo niet, althans niet in dezelfde vorm, voor, Aldus is er bij een beschouwing van het Taste-logo en het Talpa-logo in hun geheel geen sprake van overeenstemming in merkenrechteljk relevante zin, in zoverre dat er geen reëel verwarringsgevaar aanwezig moet worden geacht.

Een en ander wordt niet wezenlijk anders indien de beoordeling zich richt op het gebruik van het Talpa-logo zonder de toevoeging “talpa” (zoals dat in de teievisieuitzendingen van Talpa gebeurt). Weliswaar worden de verschillen dan minder benadrukt dan het geval is indien het woord “talpa” wel deel uitmaakt van het logo, maar dat doet niet af aan de overige constateringen zoals hiervoor gedaan, met name die met betrekking tot het zwakke onderseheidend vermogen van het gebruik van de bolletjes in het Taste-logo, en het daarmee samenhangende gebrek aan reëel verwarringsgevaar.

Onrechtmatige daad. Ter comparitie is duidelijk geworden dat Taste c.s. deze grondslag hoofdzakelijk plaatsen in het licht van hun huisstijl. Het gaat daarbij in het kort gezegd om het “inbedden” van het Taste-logo in een achtergrond, bestaande uit een balk met eveneens bolletjes, waaruit de bolletjes van het Taste-logo min of meer naar voren springen.

Volgens Taste c.s. bedient Talpa zich eveneens van dit “concept”, namelijk — “met name” - op haar website (waar Talpa dit verder nog toepast is door Taste niet gesteld). Taste c.s. vinden het onbetamelijk dat Talpa niet alleen een met het Taste-logo overeenstemmend teken voert, alsmede daarop in auteursrechtelijke zin inbreuk maakt, maar dat daarenboven ook nog doet op een wijze die geheel past in het kader van de door Taste c.s. rond hun logo gecreëerde huisstijl.

In de laatste zin van de vorige overweging ligt reeds de sleutel besloten die maakt dat ook deze grondslag van de vordering niet deugdelijk is.

Uit de wijze waarop Taste c.s. deze grondslag hebben geformuleerd valt immers af te leiden dat die in hun visie kennelijk niet los kan worden gezien van de veronderstelde auteursrechtelijke en merkenrechtelijke inbreuken. Nu die inbreuken in dit geding niet zijn komen vast te staan, zou de beweerdelijke overname van het concept van de huisstijl eerst dan mogelijk onrechtmatig zijn, indien daarvoor ook nog zelfstandige, valide argumenten zouden zijn aangevoerd. Dat is echter niet het geval.

Overigens merkt de rechtbank nog op dat uit de stukken niet blijkt wie van partijen als eerste dit “concept” heeft toegepast.

De vorderingen van Taste c.s. zijn niet toewijsbaar.

Lees het vonnis hier.