Gepubliceerd op maandag 13 april 2026
IEF 23465
Rechtbank Amsterdam ||
27 mrt 2026
Rechtbank Amsterdam 27 mrt 2026, IEF 23465; ECLI:NL:RBAMS:2026:3130 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://delex.minab.nl/artikelen/uitingen-van-fan-op-sociale-media-vallen-binnen-vrijheid-van-meningsuiting

Uitingen van fan op sociale media vallen binnen vrijheid van meningsuiting

Rb. Amsterdam 27 maart 2026, IEF 23465; IT 5201; ECLI:NL:RBAMS:2026:3130 ([eiser] tegen [gedaagde]). De voorzieningenrechter wijst alle vorderingen van een Australische singer-songwriter tegen een Nederlandse fan af. Partijen hebben gedurende ongeveer 2,5 jaar een persoonlijke relatie gehad, die in het najaar van 2025 definitief eindigde. Nadat de artiest op 30 oktober 2025 op Instagram had gereageerd op beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag jegens jonge vrouwelijke fans, plaatste de fan berichten op Instagram, TikTok en YouTube over haar ervaringen. De artiest vorderde in kort geding onder meer een verbod op uitlatingen waarin hij volgens hem werd beschuldigd van verkrachting, mishandeling, seksueel grensoverschrijdend gedrag en een narcistische persoonlijkheidsstoornis, alsmede verwijdering van berichten, een contactverbod, rectificatie en een auteursrechtelijk verbod met betrekking tot niet-uitgebrachte muziek. De voorzieningenrechter stelt voorop dat moet worden afgewogen tussen het recht van de fan op vrijheid van meningsuiting ex art. 10 EVRM en de belangen van de artiest bij bescherming van zijn eer, goede naam en privacy. Alleen als de uitingen onrechtmatig zijn in de zin van art. 6:162 BW, kan die vrijheid worden beperkt. Daarbij geldt dat ook uitingen die beledigen, choqueren of verontrusten onder de bescherming van art. 10 EVRM kunnen vallen.

De voorzieningenrechter acht de gewraakte uitingen voorshands niet onrechtmatig. De TikTok-video waarin de fan zegt dat zij in een “abusive relationship” heeft gezeten, noemt de artiest niet bij naam; bovendien hoeft “abusive” niet te worden opgevat als een beschuldiging van strafbare feiten, maar kan dat ook duiden op beschadigend, grensoverschrijdend, grievend of grof gedrag. Ook andere TikTok-uitingen, waaronder een video met een “put a finger down”-oefening over abuse en een kortdurende story met moeilijk leesbare screenshots en een foto van schrammen, leggen volgens de voorzieningenrechter geen voldoende concreet verband met de artiest en bevatten geen voldoende duidelijke beschuldiging van mishandeling of andere strafbare feiten. De één-op-één Instagramberichten en spraakberichten met andere fans, waarin wel over verkrachting en gedwongen seks werd gesproken, zijn evenmin voorshands onrechtmatig, omdat onvoldoende aannemelijk is dat de fan wist dat deze privéberichten openbaar zouden worden gemaakt; integendeel, zij had expliciet geschreven dat het privé moest blijven. Ook de TikTok- en YouTube-uitingen over narcisme en narcistische persoonlijkheidsstoornissen zijn niet onrechtmatig, omdat daarin geen concrete persoon, laat staan de artiest, bij naam wordt genoemd en de berichten volgens de voorzieningenrechter zijn geplaatst in het kader van haar coachingpraktijk. Daarom worden het gevorderde uitingsverbod en de rectificatie afgewezen. Het verwijderingsbevel wordt al bij gebrek aan belang afgewezen, omdat onweersproken is aangevoerd dat de fan haar Instagram- en TikTok-berichten inmiddels had verwijderd. Het gevorderde contactverbod strandt omdat stalking onvoldoende is onderbouwd. Ook het gevorderde auteursrechtelijke bevel wordt afgewezen: de artiest heeft niet aannemelijk gemaakt dat de fan zelf niet-uitgebrachte muziek online heeft gezet of de verspreiding daarvan heeft gefaciliteerd. De voorzieningenrechter weigert daarom alle gevraagde voorzieningen en veroordeelt de artiest in de proceskosten van € 1.707.

Conclusie en gevolgen voor de vorderingen

4.18.

Uit het voorgaande volgt dat de uitingen van [gedaagde] voorshands niet onrechtmatig zijn te achten jegens [eiser] . Het is onvoldoende aannemelijk dat zij de door [eiser] gestelde beschuldigingen (van strafbare feiten) aan zijn adres heeft geuit. Haar uitingen vallen binnen haar vrijheid van meningsuiting. Dit leidt tot afwijzing van vordering I en vordering IV. Vordering II wordt reeds bij gebrek aan belang afgewezen, omdat [gedaagde] onweersproken heeft aangevoerd dat zij – nadat [eiser] zelf de publiciteit had opgezocht en zij meer ongewenste volgers kreeg – alle berichten op Instagram en Tiktok al heeft verwijderd.

4.19.

Ook het onder III. gevorderde contactverbod wordt afgewezen. [eiser] heeft onvoldoende onderbouwd dat [gedaagde] zich schuldig zou maken aan het stalken van [eiser] , zijn vrienden, medewerkers en affectieve relaties. [gedaagde] heeft nadrukkelijk betwist dat zij dat doet en voert ook aan dat zij er geen enkele behoefte aan heeft om contact op te zoeken met [eiser] , zijn zakelijke relaties en familie. Dat zij zich een of twee keer via Whatsapp gewend heeft tot een band- of crewlid van [eiser] , is nog niet als stalking aan te merken.

4.20.

Voor de onder V. gevorderde bevel tot het staken van de inbreuk op het auteursrecht van [eiser] heeft hij ook onvoldoende gesteld. [gedaagde] betwist dat zij niet uitgebrachte muziek van [eiser] openbaar heeft gemaakt, en er is ook niet gesteld dat zij zelf muziek online heeft gezet. Er is wel niet uitgebrachte muziek online gepubliceerd door een derde persoon (een andere fan van [eiser] ). Ter zitting heeft [eiser] gesteld daarvan het nummer ‘ [naam nummer] ’ enkel met [gedaagde] te hebben gedeeld, zodat het wel door haar moet komen dat het nummer ergens online is verschenen. Dit heeft hij echter op geen enkele manier aannemelijk gemaakt. De conclusie is dan ook dat geen van de ingestelde vorderingen toewijsbaar is.