Gepubliceerd op maandag 26 januari 2026
IEF 23238
Rechtbank Amsterdam ||
24 dec 2025
Rechtbank Amsterdam 24 dec 2025, IEF 23238; ECLI:NL:RBAMS:2025:10341 ([eiser] tegen de gemeente), https://delex.minab.nl/artikelen/gemeente-amsterdam-maakt-inbreuk-op-de-vrijheid-van-meningsuiting

Uitspraak ingezonden door Jacintha van Dorp en Bertil van Kaam, Van Kaam

Gemeente Amsterdam maakt inbreuk op de vrijheid van meningsuiting

Rb. Amsterdam 24 december 2025, IEF 23238; IT 5089; ECLI:NL:RBAMS:2025:10341 ([eiser] tegen de gemeente). In deze zaak heeft eiser, een Nederlandse vastgoedondernemer, zich in een LinkedIn-bericht kritisch uitgelaten over enkele gemeentemedewerkers en hen daarbij met naam en toenaam genoemd. De gemeente Amsterdam verzocht hem daarop dringend de namen te verwijderen en stelde dat het incident zou worden geregistreerd in het Gemeentelijk Incidenten Register (GIR). De gemeente verstrekt op haar eigen website nauwelijks informatie verstrekt over het GIR. Uit openbare bronnen blijkt dat dit een intern register is waarin agressieve of gewelddadige burgers kunnen worden opgenomen, met mogelijk verstrekkende gevolgen. Eiser vordert dat de rechtbank voor recht verklaart dat de gemeente onrechtmatig handelt vanwege de dreiging met een registratie in het GIR naar aanleiding van het LinkedIn-bericht.

De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een inbreuk op vrije meningsuiting van eiser en de gemeente jegens eiser onrechtmatig heeft gehandeld. De rechtbank is van oordeel dat een registratie in het GIR op zichzelf geen rechtstreekse gevolgen heeft voor de geregistreerde persoon, maar dat zowel registratie als dreiging met een registratie als een sanctie kan worden aangemerkt. Dit omdat een gemeente op grond van een GIR-registratie maatregelen kan nemen die vergaande gevolgen voor de betrokkene kunnen hebben. Daarbij speelt mee dat de gemeente een grote vrijheid heeft bij de beslissing om een maatregel op te leggen en dat de geregistreerde persoon daarop vooraf geen invloed kan uitoefenen. Daarmee is sprake van een inbreuk op de uitingsvrijheid van eiser. 

4.12. [eiser] heeft in dit verband ook gesteld dat deze dreiging hem ontmoedigt om zich nogmaals kritisch te uiten en daarmee een ‘chilling effect’ heeft. De gemeente heeft dit weliswaar betwist, maar dat is moeilijk te rijmen met de hierboven genoemde uitlatingen van de gemeente. Niet valt in te zien hoe deze anders zouden kunnen worden begrepen dan dat zij het doel hadden om [eiser] te bewegen het LinkedIn-bericht aan te passen en hem te weerhouden van het noemen van de Ambtenaar. Dat betekent dat voldoende is komen vast te staan dat er sprake was van een ‘chilling effect’.

Vervolgens gaat de rechtbank na of de beperking noodzakelijk was. Dat was niet het geval:

4.17. De vervolgvraag is of de inbreuk noodzakelijk is in een democratische samenleving. Bij het beantwoorden van die vraag is het volgende van belang. Vast staat dat [eiser] zich niet eerder in een bericht (op sociale media) over de Ambtenaar heeft geuit. [eiser] heeft verder onbetwist aangevoerd dat het LinkedIn-bericht mede is geschreven in reactie op een opiniestuk van twee Amsterdamse gemeentelijke politici, waarin deze zich uitspreken tegen zijn plannen. In het LinkedIn-bericht heeft hij kritiek willen uiten op het functioneren van de overheid met betrekking tot de ontwikkeling van de [ontwikkelproject] , aldus [eiser] . Uit het LinkedIn-bericht blijkt dat de kritiek zich hoofdzakelijk richt op bij de [ontwikkelproject] betrokken gemeentelijke politici, waarbij eenmaal de naam van de Ambtenaar wordt genoemd. [eiser] schrijft dat een [functie 2] en de Ambtenaar de padelbaan ‘de nek omdraaien’ en zich door anderen laten ‘ringeloren’.

4.18. Met [eiser] is de rechtbank van oordeel dat dit taalgebruik, hoewel kritisch, niet is te kwalificeren als diffamerend, laat staan als agressief of gewelddadig. De gemeente heeft geen feiten of omstandigheden gesteld, noch is daarvan gebleken, op grond waarvan anders zou moeten worden geoordeeld. Dat betekent dat het LinkedIn-bericht kan worden aangemerkt als een bijdrage aan het publieke debat over een onderwerp van maatschappelijk belang.

4.19. Daarbij speelt mee dat, zoals ook de gemeente ter zitting heeft betoogd, de Ambtenaar een publiek profiel heeft. Tussen partijen is niet in geschil dat zij al geruime tijd projectleider is bij de gemeente en heeft bijgedragen aan een groot aantal publieke projecten. Zij presenteert zichzelf ook als zodanig op LinkedIn en komt van tijd tot tijd in de openbaarheid door mee te werken aan interviews en publicaties en deelname aan publieke bijeenkomsten. Daarmee heeft de Ambtenaar er voor gekozen om een meer zichtbare rol te vervullen. Dat betekent dat zij er rekening mee moet houden dat haar naam in publicaties kan worden genoemd, met name wanneer deze publicaties projecten betreffen waaraan zij namens de gemeente verbonden is. Het betekent ook dat zij met meer kritiek te maken zal kunnen krijgen en deze meer moet kunnen verdragen dan ambtenaren die deze rol niet vervullen en dan willekeurige burgers.5

4.20. Het voorgaande betekent niet dat de Ambtenaar geen recht heeft op bescherming van haar persoonlijke levenssfeer. Het betekent evenmin dat de gemeente geen belang zou kunnen hebben bij het beschermen van haar medewerkers wanneer deze te maken krijgt met agressie en geweld. Dat daar in dit geval sprake van was is echter niet vast komen te staan. Dat de Ambtenaar het noemen van haar naam als onprettig heeft ervaren, zoals de gemeente heeft aangevoerd, maakt dat niet anders. Aan het belang van [eiser] om zich vrij te kunnen uiten moet in dit geval meer gewicht worden toegekend.