Gepubliceerd op maandag 5 januari 2026
IEF 23186
Gerecht EU (voorheen GvEA) ||
10 dec 2025
Gerecht EU (voorheen GvEA) 10 dec 2025, IEF 23186; ECLI:EU:T:2025:1093 (V4 Holding, a.s. tegen EUIPO en V4 Financial Partners, SA), https://delex.minab.nl/artikelen/v4-versus-v4-financial-partners-gerecht-bevestigt-verwarringsgevaar-ondanks-zwakke-onderscheidingskracht

V4 versus V4 Financial Partners: Gerecht bevestigt verwarringsgevaar ondanks zwakke onderscheidingskracht

Gerecht EU 10 december 2025, IEF 23186; IEFbe 4074; ECLI:EU:T:2025:1093 (V4 Holding, a.s. tegen EUIPO en V4 Financial Partners, SA). V4 Holding (Slowakije) vroeg EUIPO om het Uniemerk “V4 Financial Partners” (figuurmerk) ongeldig te verklaren. Volgens V4 Holding was er verwarringsgevaar met haar eerdere Slowaakse figuurmerk “V4” (voor diensten in klassen 35 en 36) en daarnaast met een niet-ingeschreven teken “V4” dat zij in Slowakije zou gebruiken. De Cancellation Division verklaarde het Uniemerk in 2022 volledig nietig op basis van art. 60(1)(a) jo. 8(1)(b) UMVo (relatieve nietigheidsgrond: verwarringsgevaar), en keek daarbij alleen naar het Slowaakse merk (proces-economie). V4 Financial Partners ging in beroep: de Board of Appeal gaf haar gelijk en verwees de zaak terug naar de Cancellation Division. V4 Holding stapte daarop naar het Gerecht. EUIPO wierp eerst nog op dat de advocaat van V4 Holding mogelijk niet onafhankelijk was (vermeende banden met de V4-groep), maar het Gerecht verwerpt dat: er is geen bewijs van een arbeidsrelatie of van banden die de onafhankelijkheid “manifest” aantasten.

Inhoudelijk oordeelt het Gerecht dat de relevante beoordeling ziet op Slowakije, en dat het publiek (zowel algemeen als professioneel) bij deze zakelijke en financiële diensten een hoog aandachtsniveau heeft. De betrokken diensten zijn identiek of minstens gemiddeld soortgelijk. Bij de tekens vindt het Gerecht dat “v4” in beide merken het dominante element is; “financial partners” is beschrijvend en kleiner weergegeven, en de figuratieve elementen zijn vooral decoratief. De Board of Appeal had de overeenstemming tussen de tekens te laag ingeschat: volgens het Gerecht is de visuele overeenstemming gemiddeld (omdat “v4” volledig is overgenomen en dominant is), de fonetische overeenstemming hoog (men zal vooral “V4” uitspreken en de rest vaak weglaten), en de conceptuele overeenstemming minstens gemiddeld voor het deel van het publiek dat “V4” begrijpt als verwijzing naar de Visegrád-groep. Ook al heeft het oudere merk zwakke intrinsieke onderscheidingskracht (omdat “V4” geografisch kan oproepen), dat sluit verwarringsgevaar niet uit. Door de combinatie van (i) identieke/soortgelijke diensten en (ii) duidelijke overeenstemming in het dominante element, is er verwarringsgevaar voor een niet-verwaarloosbaar deel van het publiek. Daarom vernietigt het Gerecht de beslissing van de Board of Appeal, en EUIPO moet de proceskosten betalen.

112    In those circumstances, in the present case, although the inherent distinctive character of the earlier mark is weak, the fact remains that the average degree of visual similarity combined with the high degree of phonetic and at least average degree of conceptual similarity of the signs at issue means that the at least non-negligible part of the relevant public that will recognise the number 4 in the contested mark, even if its level of attention is high with regard to all the services at issue, might believe that the services at issue that are identical or similar come from the same undertaking or from economically linked undertakings.

113    Thus, it must be held, in accordance with the principle of interdependence referred to in paragraph 103 above, that there is a likelihood of confusion on the part of at least a non-negligible part of the relevant public with regard to the signs at issue.

114    Therefore, the single plea in law must be upheld and the contested decision annulled, without it being necessary to rule on the admissibility of the evidence relating to enhanced distinctiveness acquired through use and provided by the applicant in Annexes A.8 and A.9 to the application.