Gepubliceerd op vrijdag 27 februari 2026
IEF 23308
Rechtbank Noord-Nederland ||
8 dec 2025
Rechtbank Noord-Nederland 8 dec 2025, IEF 23308; ECLI:NL:RBNNE:2025:5888 ([eiser] tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Súdwest-Fryslân en ), https://delex.minab.nl/artikelen/omgevingsvergunning-carwash-en-texaco-reclame-vergunning-grotendeels-houdbaar-maar-motiveringsgebrek-bij-welstand

Omgevingsvergunning carwash en Texaco-reclame: vergunning grotendeels houdbaar, maar motiveringsgebrek bij welstand

Rb. Noord-Nederland 8 december 2025, IEF 23308; RB 3974; ECLI:NL:RBNNE:2025:5888 ([eiser] tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Súdwest-Fryslân). De Rechtbank Noord-Nederland doet een tussenuitspraak (bestuurlijke lus) over een omgevingsvergunning voor een perceel met tankstation/carwash (Dilledyk 1, Easterwierrum). Omdat de aanvraag vóór 1 januari 2024 is ingediend, blijft de Wabo van toepassing. De vergunning ziet op (i) het veranderen/legaliseren van een carwash, (ii) het plaatsen van een prijzenbord/reclamezuil, (iii) het aanbrengen van TEXACO-reclame (letters/logo) op de overkapping van het pompeiland en een beperkte gebruikswijziging. De rechtbank verwerpt de procedurele klachten (o.a. onvolledige heroverweging, “verlopen” aanvraag, late publicatie, vooringenomenheid). Inhoudelijk acht zij de vergunning voor het prijzenbord en de carwash rechtmatig: het college mocht het peil voor de hoogtebepaling hanteren zoals gedaan en een beperkte planafwijking voor het prijzenbord vergunnen zonder strijd met een goede ruimtelijke ordening; de carwash voldoet aan de planregels (met name de goothoogte), en klachten over (geluids)overlast of het Bouwbesluit leveren hier geen weigeringsgrond op binnen het limitatief-imperatieve toetsingskader.

Voor de reclame-uiting op de overkapping ligt dat anders. De welstandscommissie (Hûs en Hiem) gaf een negatief welstandsadvies: de reclame zou door forse afmetingen onvoldoende ondergeschikt zijn en de verlichting versterkt dat. Het college mag van zo’n advies afwijken, maar moet dan duidelijk maken óf het het advies inhoudelijk ondeugdelijk vindt (en dus zelf motiveert waarom wél aan welstand is voldaan), óf het het advies kan volgen maar desondanks vergunning verleent op basis van een belangenafweging (waarbij het inzichtelijk moet wegen welke belangen – incl. welstandsbelang – doorslaggevend zijn). Uit het bestreden besluit blijkt dat onvoldoende; ter zitting verwees het college wel naar onderzoek naar lichtuitstoot, maar dat stuk zat niet in het dossier en de belangenafweging bleef onvoldoende uitgewerkt. Daarom is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd (art. 7:12 Awb) voor dit onderdeel. De rechtbank geeft het college de kans dit gebrek binnen acht weken te herstellen (met een aanvullende motivering of een nieuwe beslissing op bezwaar) en houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak.

Conclusie en gevolgen

15. Zoals hiervoor is overwogen onder 14.3 – 14.3.5 is het bestreden besluit in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb genomen. Op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. Op grond van artikel 8:80a van de Awb doet de rechtbank dan een tussenuitspraak. De rechtbank ziet aanleiding om het college in de gelegenheid te stellen het gebrek te herstellen. Dat herstellen kan hetzij met een aanvullende motivering, hetzij, voor zover nodig, met een nieuwe beslissing op bezwaar, na of tegelijkertijd met intrekking van het nu bestreden besluit.

15.1.

Om het gebrek te herstellen, moet het college eerst motiveren wat de grond is om ondanks het negatieve welstandsadvies toch de omgevingsvergunning te verlenen voor de reclame op de overkapping. Vervolgens dient het college te motiveren waarom van die grond gebruik wordt gemaakt. Indien het college het welstandsadvies om welstandsredenen onjuist acht, dient het college te motiveren waarom het bouwplan toch niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. Indien het college meent dat het bouwplan in strijd is met redelijke eisen van welstand maar op grond van een belangenafweging toch een vergunning wordt verleend, dient het college dat deugdelijk te motiveren. Daarbij dient het college inzichtelijk te maken welke belangen een rol spelen, hoe die zijn gewogen en tot welk resultaat dat leidt. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen het college het gebrek kan herstellen op acht weken na verzending van deze tussenuitspraak.

16. Het college moet op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb én om nodeloze vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, meedelen aan de rechtbank of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen. Als het college gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiser in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van het college. In beginsel, ook in de situatie dat het college de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.

17. Het geding zoals dat na deze tussenuitspraak wordt gevoerd, blijft in beginsel beperkt tot de beroepsgronden zoals die zijn besproken in de tussenuitspraak, omdat het inbrengen van nieuwe geschilpunten over het algemeen in strijd met de goede procesorde wordt geacht. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Afdeling van 12 juni 2013.5

18. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.