Gepubliceerd op woensdag 14 januari 2026
IEF 23436
BenGH ||
15 okt 2025
BenGH 15 okt 2025, IEF 23436; C 2024/13 (SUPERVIZOME SRL tegen De heer Az-EDDINE ESNOUSSI ), https://delex.minab.nl/artikelen/nietigverklaring-benelux-woord-beeldmerk-wegens-reeel-verwarringsgevaar-met-ouder-woord-beeldmerk

Nietigverklaring Benelux-woord/beeldmerk wegens reëel verwarringsgevaar met ouder woord/beeldmerk

BenGH 15 oktober 2025, IEF 23436; IEFbe 4173; C 2024/13 (SUPERVIZOME SRL tegen De heer Az-EDDINE ESNOUSSI). In dit arrest van het Benelux-Gerechtshof staat een beroep centraal tegen een doorhalingsbeslissing van het BBIE. Verzoekster, Supervizome SRL, is een Brusselse onderneming die diensten aanbiedt op het gebied van het ontstoppen van leidingen en riolen en het leegzuigen van septische tanks. Zij is houdster van twee oudere Benelux-merken: het woordmerk “SD Débouchage” en een ouder woord/beeldmerk met een waterdruppel-logo en tekstuele elementen. Verweerder, Az-Eddine Esnoussi, biedt in de regio Brussel eveneens diensten aan op het gebied van reinigen en ontstoppen van leidingen. Aan hem is op 2 december 2022 een later Benelux-woord/beeldmerk verleend voor verschillende diensten in klasse 37. Supervizome heeft vervolgens op 27 december 2022 op grond van art. 2.30bis lid 1 onder b BVIE een vordering tot doorhaling ingesteld, aanvankelijk gebaseerd op art. 2.2ter lid 1 onder a en b en art. 2.2ter lid 3 onder a BVIE. Het BBIE wijst die vordering af, onder meer omdat de argumentatie volgens het BBIE ontoereikend is. In beroep bij het Benelux-Gerechtshof beperkt Supervizome haar beroep uiteindelijk tot art. 2.2ter lid 1 onder b BVIE, dus de vraag of het bestreden merk wegens verwarringsgevaar met een ouder merk nietig moet worden verklaard. Het Hof verklaart het beroep ontvankelijk en beoordeelt vervolgens zelfstandig of aan de voorwaarden voor nietigverklaring is voldaan.

Het Hof zet eerst het gebruikelijke juridische kader uiteen. Voor toepassing van art. 2.2ter lid 1 onder b BVIE moet worden beoordeeld of bij het relevante publiek reëel verwarringsgevaar bestaat, dat wil zeggen het gevaar dat het publiek kan menen dat de betrokken diensten van dezelfde of van economisch verbonden ondernemingen afkomstig zijn. Dat gevaar moet globaal worden beoordeeld, met inachtneming van alle relevante omstandigheden van het geval, waaronder de mate van overeenstemming tussen de tekens, de mate van overeenstemming tussen de betrokken diensten, het onderscheidend vermogen van het oudere merk en het aandachtsniveau van het relevante publiek. Het Hof bepaalt dat het relevante publiek bestaat uit de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone afnemer van de betrokken diensten, met een normaal aandachtsniveau. Vervolgens beperkt het Hof de vergelijking tot Ouder Merk 2, omdat de argumentatie van verzoekster daarop is toegespitst. Bij de vergelijking van de tekens acht het Hof doorslaggevend dat zowel het oudere woord/beeldmerk als het bestreden merk een identiek waterdruppel-logo bevatten, dat zich in beide tekens op een dominante plaats bevindt. Verder valt op dat in beide merken blauw als visueel onderscheidende kleur wordt gebruikt, terwijl de overige woordelementen grotendeels beschrijvend zijn, zoals verwijzingen naar ontstoppingsdiensten en naar Brussel. Juist daarom zal het relevante publiek de commerciële herkomst van de diensten vooral afleiden uit het logo. Het Hof kwalificeert dat logo als een uiterst dominerend bestanddeel en oordeelt dat sprake is van een hoge mate van visuele overeenstemming. Gelet op die hoge visuele overeenstemming laat het Hof een afzonderlijke beoordeling van de fonetische en begripsmatige overeenstemming rusten. Vervolgens stelt het Hof vast dat de betrokken diensten in belangrijke mate samenvallen of noodzakelijkerwijs deel uitmaken van elkaar, zodat ook sprake is van een hoge mate van overeenstemming van de diensten. Daarbij komt dat het oudere merk van huis uit een normaal onderscheidend vermogen heeft. Alles samen genomen — normaal onderscheidend vermogen, hoge visuele overeenstemming, hoge overeenstemming van de diensten en een publiek met een normaal aandachtsniveau — leidt volgens het Hof tot reëel verwarringsgevaar. Het verweer van verweerder dat hij een licentie zou hebben voor het gebruik van het logo, kan daaraan niet afdoen; dat raakt hoogstens aan een eventuele auteursrechtelijke kwestie en valt buiten de reikwijdte van deze procedure. De slotsom is daarom dat de doorhalingsbeslissing van het BBIE wordt vernietigd en dat Benelux-merk nr. 1463711 nietig wordt verklaard op grond van art. 2.30bis lid 1 onder b juncto art. 2.2ter lid 1 onder b BVIE. Het Hof laat de kostenveroordeling voor de BBIE-procedure in stand, omdat verzoekster haar zaak daar onvoldoende had onderbouwd, maar veroordeelt verweerder wel in de kosten van het beroep bij het Hof, begroot op € 2.400.

Overeenstemming Bestreden Merk en Oudere Merken

30   Om de mate van overeenstemming van de conflicterende tekens te beoordelen, dient de mate van visuele, fonetische en begripsmatige overeenstemming ervan te worden bepaald. De beoordeling dient gebaseerd te zijn op de totaalindruk die door teken en merk worden opgeroepen, daarbij rekening houdend met hun onderscheidende en dominerende bestanddelen. Daarbij speelt de perceptie van teken en merk door het relevante publiek een doorslaggevende rol. De gemiddelde consument neemt een teken/merk gewoonlijk waar als een geheel en let niet op de verschillende details ervan9. Het is wel mogelijk dat de totaalindruk die een teken/merk bij het relevante publiek nalaat, door een of meerdere bestanddelen ervan wordt gedomineerd10.